﻿Lieve Liefde
By Anaïd Haen

Cover: Anaïd Haen
Published by e-Publikant at Smashwords
Copyright 2006 Anaïd Haen

Smashwords Edition, License Notes
This ebook is licensed for your personal enjoyment only. This ebook may not be re-sold or given away to other people. If you would like to share this book with another person, please purchase an additional copy for each recipient. If you’re reading this book and did not purchase it, or it was not purchased for your use only, then please return to Smashwords.com and purchase your own copy. Thank you for respecting the hard work of these authors.

Smashwords Editie, Licentie
Dit e-book is uitsluitend voor uw persoonlijke plezier. Dit e-book mag niet worden doorverkocht of doorgegeven aan iemand anders. Als u dit boek wilt delen met iemand anders, koop dan alstublieft een extra exemplaar voor elke ontvanger. Als u dit boek leest en u hebt het niet gekocht, of het was niet gekocht voor uitsluitend uw gebruik, ga dan alstublieft naar Smashwords.com en schaf uw eigen exemplaar aan. Dank u voor het respecteren van het harde werk van deze auteurs.



‘Lieve Liefde,

Het is maandag.
Vanmorgen stond ik op en ontbeet ik met de restjes van gisteravond. Zoals je weet ben ik geen goede kok, dus ik vond mijn eigen eten smerig. Voor de tweede keer, want gister smaakte het niet veel beter. Ik at toch alles op. Ik moest wel. Eten is energie en energie heb ik nodig wil ik verder kunnen gaan.
Ik ging na het eten even bij je langs om te kijken of je er nog lekker bij lag en om te zien of ik iets voor je kon doen. Maar je sliep vredig, dus ik zuchtzwijmelde een beetje bij je omdat ik je zo mooi vond en ging toen aan mijn taken.
Als eerste bepaalde ik onze positie en het deed me verdriet te constateren dat we nog steeds niet waren aangekomen in een mij bekend gebied. Ik ging naar je toe om dit te vertellen, maar je lag zo lief, ik liet je maar slapen.
Daarna was het tijd om de voorraad te inventariseren. Het was bedroevend weinig. Het enige waar we meer dan genoeg van hebben, is zuurstof. Maar op den duur kunnen we van lucht niet leven, ik moet een oplossing bedenken. De kweekjes misschien, daar zie ik wel potentie in.
Na het inventariseren probeerde ik dus leven in mijn kweekjes te krijgen. Ik praatte tegen ze, maar nee hoor: ze gingen er niet noemenswaardig harder van groeien. Zelfs niet toen ik ze een klein kusje gaf. Dat kusje deed me aan jou denken dus ik ging naar je toe om je er eentje te geven. Maar vlak voor ik je raakte bedacht ik me, want je ademde zo rustig en je was zo mooi, ik durfde niet, ook niet vederlicht, contact te maken.
Ik ging een poosje naast je zitten en fluisterde over de kweekjes, die ieder voor zich wel in leven blijven, maar niet groeien. Ondertussen probeerde ik wat te breien. Een sjaal voor jou, voor het geval je het koud zou krijgen bij het wakker worden.
Toen was het alweer tijd voor de lunch. Eerlijk gezegd wist ik dat niet zeker, ik deed net alsof het tijd was voor de lunch omdat mijn maag rammelde. Ik trok een blaadje van één van de kweekjes en wikkelde hem om de expandeertablet. Zo smaakte het ding ergens naar, al was het bitter, terwijl ik hem doorslikte. Ik hoop wel dat het kweekje snel een nieuw blad maakt, anders zie ik me de komende dagen die tabletten gortdroog doorslikken. Ik moest even lachen omdat ik me jouw gezicht herinnerde, de eerste keer dat je er eentje kreeg. Je kauwde erop hè, suffie? En de tablet expandeerde al voor een deel in je mond, wat je wangen komisch rond maakte. We lachten erom, allemaal. Het was grappig. Ik wilde de herinnering met je delen dus maakte ik wat thee en dronk dat gezellig bij je op. Ondertussen vertelde ik je verhaaltjes. Zachtjes hoor, want ik wilde je echt niet wakker maken, je lag zo heerlijk.
De thee was op en het was tijd voor het controleren van het baken. Dat werkte gewoon. Uiteraard. Ik heb het zo geprogrammeerd dat het blijft uitzenden, ook als ik het niet zou controleren. Maar het geeft me wat te doen iedere dag, dus ik trok er een uur voor uit om me in dat logge pak te hijsen, naar buiten te stappen en het baken schoon te poetsen. Er zat zowaar een klein deukje in het linkerpaneel, we waren ergens mee in aanraking gekomen. Een molecuul van het één of het ander, vermoedde ik. Ik kon er niet veel aan verhelpen want mijn technische kennis schoot te kort, dus stiefelde ik maar weer naar binnen en hees me met moeite uit mijn pak, mijn stijve botten vervloekend.
Mijn maag rammelde dus ik ging wat te eten maken. Ik at het in de kombuis op, het zou zo’n troep geven bij jou, vond ik. Na het eten dronk ik thee bij jou en weer twijfelde ik of ik je zou wekken. Maar ik deed het niet, natuurlijk niet. Want wat zou het nut zijn? Ik ruimde de rommel van de dag op en ging naar bed. Sliepen we lekker samen.’

‘Lieve Liefde, het is dinsdag.
Vanmorgen stond ik op en ontbeet ik met de restjes van gisteravond. Zoals je weet ben ik geen goede kok, dus ik vond mijn eigen eten smerig. Voor de tweede keer, want gister smaakte het niet veel beter. Ik at toch alles op …’


‘Wat lees je?’ Bries hing verveeld over zijn schouder, zoals alleen Bries dat kon. Mars keek verstoord op.
‘Haar Log,’ mompelde hij.
‘Zal wel veel zijn, ze is volgens mij honderd twintig,’  Bries leunde nog verder naar voren. Haar haren hingen hinderlijk voor zijn scherm.
‘Honderd drieëndertig,’ antwoordde Mars op de vraag die geen vraag was.
‘Bergen we de boel?’ Bries kwam alweer ter zake. Alweer met een vraag. Ze was aangenaam gezelschap als er iets te werken viel, maar als ze zich verveelde, zoals nu, kon Mars haar wel villen. Hij scrolde door het Log. Dag na dag na dag gleed voorbij. Steeds hetzelfde verhaaltje.

Hij keek naar het verschrompelde mensje dat naast het cryptobed zat. Ze hield haar hand in het bed en streelde de hand van de jongenman erin.
‘Gaan we hem wakker maken?’ vroeg de vrouw.
‘Wilt u dat?’ aarzelde Mars.
‘Ja,’ zei ze. ‘Ik leef al die tijd voor hem. Ik durfde hem niet te wekken wegens gebrek aan voedsel en omdat ik niet wist wanneer we gevonden zouden worden.’
Mars knikte. Hij opende het paneel achter het bed en activeerde het wekprogramma. Het vrouwtje keek beverig toe.
De jongenman opende zijn ogen. Ging rechtop zitten. Hij was wondermooi.
Het vrouwtje lachte en spreidde haar armen.
‘Liefde!’ zei ze blij.
Vol afkeer deinsde de jongenman achteruit.
Mars zag het verdriet over haar gezicht glijden en ving haar op voor ze op de grond viel.

‘Zonde van al dat metaal,’ bromde Bries.
‘Er is vast wel ergens nog meer te vinden,’ vond Mars. Hij navigeerde naar Sol en vergrootte de afstand tussen zijn schip en dat wat ze achterlieten. Aan boord een wakkere jongenman en een slapende, heel oude vrouw, stapels expandeertabletten, voldoende voor minimaal 100 jaar en nieuw zaad voor de kweekjes.
Zo wilde hij het. De jongenman.
Hij wilde ook wat schijfruimte. Voor zijn Log.
