Email this sample to a friend



Stenenkracht


Marieke Frankema




Het gras, nat van de dauw, piepte bij elke stap de ze zette. In de verte kleurde de horizon grijs, de ochtend gloorde. Megh stond een paar hartslagen stil. Dit moment van de dag had ze slechts één keer eerder aanschouwd. Ze huiverde, zonder te weten of dat veroorzaakt werd door de kou of door het besef dat ze de opkomst van de zon nooit meer zou zien met Ben aan haar zijde. Ze stopte haar gevoel zorgvuldig weg. Bij de Heuvel, in het aangezicht van de Voorouders, zou ze zijn aanwezigheid voelen. Daar zou ze haar zorgen en verdriet pas loslaten. Niet hier, midden in de graslanden, terwijl maan en sterren heersten over de tijd. Ze schraapte haar keel en zette de wandeling voort, terwijl de smalle maan haar eraan herinnerde dat de tijd sneller verstreek dan haar lief was.

De wind trok aan haar kleding. Haar buis zat al strakker om haar buik, ze zou er stukken tussen moeten zetten. Ergens in de kist zouden nog wel wat huiden liggen. En als het echt nodig was, kon ze wellicht een buis van Ben...

Voor het eerst was ze blij dat haar verkoudheid een hoestbui veroorzaakte en daarmee haar gedachten ruw onderbrak. Het geluid klonk onwerkelijk luid in de stilte en vervormde in de kou. Een nieuwe huivering trok over haar rug, tranen sprongen in haar ogen. Weer stond ze stil, nu voorovergebogen om het geweld in haar lichaam te doen luwen. Als ze maar niemand wakker had gemaakt. Zonder Ben was ze voornamelijk lastig voor de stam, iemand die maar weinig kon bijdragen. Het zwakke zwijn vindt als eerste de dood, zei men hier. Ze wilde de gunsten van haar dorpsgenoten niet verspelen.

Previous Page Next Page Page 1 of 38